Begin met de 800 ml melk te koken: vooral niet beginnen met je vuur hoog te zetten. Gebruik ook geen volle melk, want die bakt sneller aan dan halfvolle of magere melk. En zoals moeder altijd deed: eerst de bodem van
de pot nat maken met water, alvorens er de melk in te doen. (800 ml melk). Voor de smaak wat zeste van citroen en zaadjes van een vanillestokje erbij.
Week ondertussen de 6 gram gelatineblaadjes in water.
In een andere kom ga je de suiker met de eierdooiers wit opkloppen: 100 gram suiker met 3 eierdooiers.
In dezelfde kom blijven roeren en de kokende melk erbij gieten: goed roeren zodat de eieren niet schiften.
In de overige 200 ml melk doe je 100 gram maïzena en meng zeer goed tot er geen klonters meer zijn.
Doe het bij de melk met de eierdooiers, zet terug op het vuur - niet te hoog - : blijven roeren tot het opkookt zodat het zetmeel de melkt dikt.
Nu moet er gelatine bij, anders gaat de warme kroket keihard aanvoelen, met wat gelatine gaat het smeuïg aanvoelen. Dus uit de geweekte gelatine met je handen het water eruit persen en door de melk roeren tot alle
gelatine is opgelost.
Laat afkoelen in de ijskast (een 3tal uur) zodat het geheel opstijft. Best in een rechthoekige of vierkante kom: zo heb je een niet te dikke laag pudding.
Snijd dan dunne vierkantjes of rechthoekjes uit de opgesteven pudding. Dun: zodat de hitte snel in de kroketten kan (en de gelatine weer lopend wordt), terwijl de buitenkant krokant zal bakken.
Paneer: eerst in losgeklopte eierdooier en daarna in paneermeel.
Giet arachideolie in een Tefalpan, laat goed warm worden en bak er tegelijk 2 gepaneerde kroketten in. Je moet de kroketten horen sissen.
Laat de melkkroketten bruin bakken aan elke kant en laat uitdruipen op keukenpapier. Bloemsuiker (poedersuiker) erover en serveren.