Kruid het gebraad langs alle kanten met peper en zout.
Neem een Inox of gietijzeren braadpan waar het gebraad net de bodem van zal vullen en smelt hierin de boter.
Alvorens de boter begint bruin te verkleuren leg je het vlees met de kant met het meeste vet in de pan. Leg de stukken sjalot naast het vlees, voeg tijm en laurier toe en laat het gebraad aan 1 kant 5 minuten dichtschroeien.
Zet het vuur niet te hevig zodat de boter in de pan naast het vlees niet gaat zwart verbranden.
Draai dan het gebraad om en laat 5 minuten dichtschroeien aan de andere kant.
Zet dan een deksel op de pan en laat 25 tot 30 minuten sudderen op een zeer zacht vuurtje.
Haal het gebraad uit de pan, smeer er indien gewenst een lepel mosterd over die dan wat in het vlees kan trekken en dek af met aluminiumfolie.
Blus de pan met 150 ml bouillon en roer alle bruine aanbaksels los in de bouillon.
Giet er ook 150 ml witte wijn bij, roer er 1 goede eetlepel mosterd door en laat inkoken.
Roer er tenslotte de room door en als de saus de gewenste dikte heeft, giet je ze door een zeef.
Snijd het varkensgebraad in schijven en serveer er de mosterdsaus over.